Ruysdaellaan
Deze laan is genoemd naar de schilders Ruysdael, ook wel gespeld als Ruysdeal. Het is een familienaam van een aantal 17e eeuwse Noord-Nederlandse landschapschilders.
Allereerst Salomon Jacobsz, die zijn naam met Ruysdael spelde. Hij werd in zijn vroegere werken (o.m. een serie winterlandschappen met ijsvermaak en een aantal tuinlandschappen) beïnvloed door Esias van de Velde, Molijn en Joseph van Goyen. Reeds in 1628 werd hij door Samuel Ampzing in diens stadsbeschrijving van Haarlem als landschapsschilder geprezen. Zijn latere werken waren rijker van allure en soms groot van formaat, met name de riviergezichten. Deze munten uit door een monumentale opvatting van de compositie en een meesterlijke weergave van atmosferische effecten tussen 1659 en 1662 maakte hij ook enkele stillevens.
Dan hebben we ook nog Jacob Isaackz Ruisdael. Hij was een neef van Salomon en zoon van de kunsthandelaar Isaak Ruisdael. Jacob was schilder, tekenaar en etser en kreeg vermoedelijk onderricht van zijn vader en van zijn oom. In 1648 werd hij lid van het schildersgilde in Haarlem. In 1657 vestigde hij zich in Amsterdam. Op zoek naar landschapsmotieven maakte hij ca.1650 een rijs naar Duitsland. In 1676 zou hij in Caen in Frankrijk een arts-diploma hebben behaald: daarna wordt Jacob van Ruisdael in Amsterdam als arts vermeld. Aanvankelijk onder invloed van Cornelis Hendrikckzoon Vroom en Salomon Ruisdael schilderde hij duinlandschappen en zeegezichten. Later verwerkte hij de invloed van Scandinavische landschappen van Allaert van Everdingen (het motief van de schuimende, zich naar beneden stortende beken). Tot zijn bekendste werken behoren de Molen in Wijk bij Duurstede (Rijksmuseum Amsterdam) en twee versies van het Jodenkerkhof (museum Dresden en Detroit). Behalve Meindert Hobbema heeft hij talrijke navolgers gehad. Het stoffelijke overschot is in Haarlem begraven op 14 Maart 1862.
